Beleggen & Investeren

De nieuwe box 3-wet raakt beleggers harder dan gedacht

· 5 min leestijd

Heb je spaargeld of aandelen in box 3, dan ken je het gevoel: je betaalt elk jaar belasting over een rendement dat de Belastingdienst voor je uitrekent, niet over wat je werkelijk hebt binnengehaald. Dat gaat veranderen, maar pas in 2028, en de weg daarnaartoe is rommeliger dan veel beleggers hadden gehoopt. De Tweede Kamer zette in februari het licht op groen voor de Wet werkelijk rendement box 3, maar de Eerste Kamer moet nog beslissen en er liggen nog aanpassingen op de plank. Tijd om precies te snappen wat er nu al speelt en wat er voor jou verandert.

Waarom het huidige systeem op de schop gaat

De Hoge Raad oordeelde eind 2024 al dat de huidige manier van belasten in box 3 in veel gevallen oneerlijk is. De fiscus rekent namelijk met een fictief rendement: een vast percentage dat je geacht wordt te hebben verdiend, ongeacht wat je rekening daadwerkelijk heeft opgeleverd. Had je een slecht beleggingsjaar, dan betaal je toch belasting over een rendement dat je nooit hebt gezien. Voor 2026 ligt dat fictieve rendement op 6 procent voor beleggingen, met een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon. Wie daarboven uitkomt, betaalt 36 procent belasting over het berekende rendement, niet over de werkelijke winst.

Precies dat mechanisme ligt al jaren onder vuur. De plannen van het kabinet moeten dat rechttrekken door vanaf 2028 echt te kijken naar wat je hebt verdiend: rente, dividend, huurinkomsten en koerswinst bij elkaar opgeteld.

Wat er in 2028 concreet verandert

Onder de nieuwe wet reken je niet langer met een forfait, maar geef je je daadwerkelijke rendement op. Dat betekent dat ook niet-gerealiseerde koerswinst op aandelen en ETF's meetelt, iets wat nu nog niet gebeurt. Het tarief blijft 36 procent, maar de vrijstelling verandert van vorm: in plaats van een vrijgesteld vermogen krijg je straks een vrijgesteld rendement van 1.800 euro per persoon, of 3.600 euro voor fiscale partners. Heb je een omvangrijke beleggingsportefeuille, dan ga je waarschijnlijk meer administratie bijhouden, want de Belastingdienst wil onderbouwing van elke transactie zien.

Dat raakt niet alleen grote vermogens. Beleg je structureel via een paar ETF's, dan moet je straks per fonds kunnen aantonen wat je hebt gekocht, verkocht en ontvangen aan dividend. Voor wie nu alles overzichtelijk bij één broker heeft staan is dat te overzien, maar spreid je je geld over meerdere platforms, dan wordt het al snel een document vol spreadsheets.

Waarom beleggers boos zijn

De irritatie zit niet alleen in de regels zelf, maar vooral in de onzekerheid die al jaren aanhoudt. Het systeem zou oorspronkelijk al in 2027 ingaan, maar door capaciteitsproblemen bij de Belastingdienst is dat uitgesteld naar 2028. Ondertussen overweegt de coalitie nog aanpassingen die in het Belastingplan 2027 terecht kunnen komen, wat betekent dat niemand nu met zekerheid kan zeggen hoe het stelsel er straks precies uitziet. De NOS beschrijft hoe deze voortdurende onduidelijkheid bij vermogenden tot groeiende frustratie leidt, vijf jaar na het eerste Hoge Raad-arrest.

Die onzekerheid raakt ook mensen die helemaal niet beseffen dat ze beleggen. Heb je via je werkgever een lijfrente, een tweede woning die je verhuurt, of simpelweg spaargeld boven de vrijstelling staan, dan val je óók onder box 3. Het is dus niet alleen een verhaal voor wie actief in aandelen handelt, maar voor iedereen met vermogen boven de drempel.

Wat je nu al kunt voorbereiden

Je kunt de wet niet veranderen, maar je kunt je er wel op voorbereiden zodat je in 2028 niet voor verrassingen komt te staan. Een paar dingen die nu al zinvol zijn:

  • Houd je aankoopdata en bedragen bij. Onder het nieuwe systeem moet je kunnen aantonen wat je per transactie hebt betaald en ontvangen. Veel brokers bieden dit al als overzicht aan, maar check of jouw platform dat ook doet.
  • Verspreid je vermogen niet te veel. Hoe meer brokers, spaarrekeningen en platforms je gebruikt, hoe meer werk de jaarlijkse opgave straks wordt.
  • Kijk kritisch naar je spaargeld. Met een fictief rendement dat voor spaargeld lager ligt dan voor beleggingen, kan het nu al lonen om te kijken of je geld niet gewoon langzaam waarde verliest door het op een rekening te laten staan.
  • Vraag je adviseur naar het overgangsrecht. Er circuleren nog verschillende varianten voor hoe de overstap van forfait naar werkelijk rendement gaat lopen. Een goede boekhouder of fiscaal adviseur volgt dit op de voet.

Dit bepaalt of jij straks meer of minder betaalt

Of je er in 2028 op vooruit- of achteruitgaat, hangt vooral af van het type beleggingen dat je aanhoudt. Beleg je vooral in dividendaandelen of obligaties met een stabiel, voorspelbaar rendement, dan kan het nieuwe systeem voordeliger uitpakken dan het huidige forfait. Zit je vermogen juist in groeiaandelen die weinig dividend uitkeren maar wel in waarde stijgen, dan ga je mogelijk meer betalen, omdat ook ongerealiseerde koerswinst wordt meegerekend. Het verstandigste wat je nu kunt doen is niet wachten tot 2028, maar nu al uitzoeken in welke categorie jouw portefeuille valt, zodat je niet voor een voldongen feit komt te staan zodra de Eerste Kamer definitief akkoord geeft.

Y
Geschreven door Youssef Tahiri Crypto & Investerings Journalist

Youssef kocht zijn eerste crypto toen Bitcoin nog onder de duizend euro stond en zijn vrienden dachten dat hij gek was geworden. Inmiddels is hij een gerespecteerd financieel schrijver die net zo makkelijk over pensioenfondsen als over DeFi-protocollen kan uitleggen. Hij groeide op in Den Haag als zoon van een marktkoopman en leerde van jongs af aan dat elke euro telt. Zijn stijl is direct en zonder poespas, want hij vindt dat financieel advies niet ingewikkeld hoeft te zijn om goed te zijn. Naast schrijven geeft Youssef workshops over financiele planning voor starters op de arbeidsmarkt.