Uit onderzoek van ING blijkt dat vier op de vijf Nederlanders niet belegt - terwijl minstens een derde van de huishoudens het financieel prima aankan. Nog opvallender: 52 procent van de bevolking beschouwt beleggen als een vorm van gokken. Dat cijfer zegt meer over onze relatie met geld dan over hoe beurzen feitelijk werken.
Angst voor verlies wint het van angst om niets te doen
Twee op de vijf Nederlanders geven aan weinig kennis te hebben over beleggen. Een even grote groep is bang om geld te verliezen. Die twee hangen samen: als je niet weet hoe iets werkt, voelen de risico's groter dan ze zijn.
Wat mensen daarbij onderschatten, is het risico van niets doen. Wie spaargeld jarenlang op een rekening laat staan met een rente die onder de inflatie ligt, verliest elk jaar een stukje koopkracht. Dat is geen drama in één klap, maar over twintig jaar telt het op. In een eerder artikel legden we uit waarom je spaargeld je langzaam armer maakt - de rekensom is ontnuchterend.
Beleggen is niet hetzelfde als gokken
Bij gokken zijn de kansen structureel tegen je. Het casino wint altijd op de lange termijn; een loterij heeft een negatieve verwachte waarde. Beleggen in een breed gespreide index werkt anders: je koopt een stukje van de wereldeconomie. Als die economie groeit - en historisch doet ze dat - groeit je vermogen mee.
Dat is geen garantie. Koersen kunnen jaren dalen, soms flink. Maar wie over periodes van tien jaar of langer naar aandelenmarkten kijkt, ziet dat ze wereldwijd nog altijd positief eindigden. De langetermijntrend wijst omhoog, ook na crises als 2008 of de coronacrash van 2020. Dat is fundamenteel anders dan dobbelen.
Timing-angst kost meer dan het oplevert
Zes op de tien Nederlanders die bang zijn om geld te verliezen, zeggen niet te weten wanneer ze moeten kopen of verkopen. Klinkt logisch. Maar dat leidt tot een probleem: wie wacht op het perfecte moment, wacht altijd.
Niemand timed de markt consequent goed - ook professionele fondsmanagers niet. Wat wel aantoonbaar werkt: maandelijks een vast bedrag inleggen. Wie dat doet in een brede ETF, koopt soms op een piek en soms vlak na een dip. Dat middelt over de tijd, en presteert in de meeste gevallen beter dan een paar jaar wachten op de juiste koers. We schreven eerder over hoe je zo'n instrument kiest: zo kies je de beste ETF als Nederlandse belegger.
De drempel is lager dan je denkt
Een hardnekkig misverstand is dat beleggen voor mensen met een flink vermogen is. Bij de meeste brokers en banken begin je al met 10 of 20 euro per maand in een ETF - een mandje van honderden of duizenden aandelen in één transactie, gespreid over sectoren en landen.
Wie 50 euro per maand tien jaar lang inlegt in een wereldindex met een gemiddeld jaarrendement van 7 procent, heeft aan het eind een pot van ruim 8.600 euro - terwijl de totale inleg 6.000 euro was. Niet spectaculair, maar aanzienlijk beter dan een spaarrekening die de inflatie niet bijhoudt.
Tegelijk: dit zijn gemiddelden. Koersen kunnen ook tien jaar tegenvallen. Wie het geld binnen vijf jaar nodig heeft, belegt het beter niet.
Wat dit vraagt van financiële educatie
Bijna 90 procent van de Nederlanders vindt dat financiële educatie een verplicht onderdeel moet zijn op het middelbaar onderwijs. Dat zegt iets: mensen zijn zich ervan bewust dat ze te weinig weten, en dat ze dat eerder hadden willen leren.
Zolang dat onderwijs er niet is, is zelfstudie de enige optie. Gelukkig is het aanbod aan betrouwbare informatie groot - van de AFM tot onafhankelijke beleggerscommunities. Een goed startpunt is de samenvatting van het ING-onderzoek, dat precies in kaart brengt waar de meeste mensen vastlopen.
Drie stappen die je deze week kunt zetten
Beginnen hoeft geen groot project te zijn. Drie concrete stappen:
- Open een beleggersrekening. Veel banken en brokers doen dit online in tien minuten. Kijk naar kosten per transactie en naar beschikbare ETF's.
- Kies een brede ETF. Een product gebaseerd op de MSCI World of FTSE All World geeft direct spreiding over duizenden bedrijven wereldwijd.
- Stel een automatische maandelijkse inleg in. Zo hoef je er niet elke maand actief over na te denken, en profiteer je automatisch van de middeling over tijd.
Ja, de markt kan na je instap dalen. Misschien flink. Maar wie twintig jaar niet begint vanwege die angst, kiest bewust voor het zekere verlies via inflatie in plaats van het onzekere rendement van de beurs. Vergeleken met een spaarrekening die de inflatie niet bijhoudt, is dat zelden de betere keuze.